Gitaarkabels
Met een gitaarkabel wordt een mono (instrument)kabel bedoeld met 1/4 inch pluggen aan beide uiteindes. Deze kabels zijn er in alle soorten en maten. Sommigen zijn nauwelijks dikker dan een schoenveter, terwijl andere kabels eruitzien als een doucheslang.

Dunne kabels breken erg makkelijk als er bijvoorbeeld een keer per ongeluk een knoop in komt. Ook hebben ze geen afscherming tegen signalen van buitenaf. Dikkere kabels hebben deze afscherming meestal wel, en doordat ze stugger zijn kunnen ze onder bijna geen enkele omstandigheid kapotgaan.

In de pluggen is ook veel kwaliteitsverschil waar te nemen. Bij de goedkoopste kant- en klaar kabels zitten de stekkers altijd aan de kabel vast gesmolten. Bij de duurdere kabels is het vaak mogelijk de stekker te verwijderen.
Sommige pluggen hebben weerhaken aan de binnenkant. Als er dan aan de kabel getrokken wordt, komt deze kracht op het omhulsel van de kabel te staan in plaats van op de soldeerpunten en de kern.

Een lange kabel gaat ten koste van de geluidskwaliteit. Bij de meeste kabels wordt dit verschil vanaf een meter of zes hoorbaar. Hoewel het kwaliteitsverlies vaak minimaal is, is het toch aan te raden kabels geen meters langer te laten dan dat nodig is.

Op het onderstaande filmpje vertelt Tommy Emmanuel over de Laboga kabels die hij altijd gebruikt.